Hoofdtekst
Doa was ene moldersknech(t) (= molenaarsknecht), die speelde voor weerwolef; dat heb ich meer (= moeder) dek (= dikwijls) horen vertellen. Dan kwam die 's nachts op e baan tussen Rutten en Othée. En het schijnt dat die fel op de roie maalneusdoek af zijn. En ze hadden enen op hem gegooid. Toen had er die heel verscheurd. Toen had er iet voor zijn gif op uit te wereken. Wei ze 's anderendaags meteen aan tafel zaten, zagen ze de vetse (= vezels) nog tussen zijn taan (= tanden) hangen.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een molenaarsknecht liep 's nachts rond als weerwolf op de weg tussen Othée en Rutten. Op een dag had iemand een rode zakdoek naar de weerwolf gegooid. De volgende dag zag men dat de molenaarsknecht de rode vezels nog tussen zijn tanden had.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1005
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Tongeren   
Plaats van Handelen
Othée   
Rutten   
