Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

DTRUY0088_0089_9233

Een sage (mondeling), 1946

Hoofdtekst

Mijn vader-zaliger had een knecht, en pastoor Neyens was er toen nog, en die jong kon daar niet van af, en ook niks aan doen dat hij weerwolf was. De pastoor had hem al lang in de gaten gehad, en wist waar de band lag van dien weerwolf en hij zei tegen vader dat hij er den knecht eens zou vanaf helpen. Vader moest de knecht naar Roermond sturen, met een kar koren om die daar te leveren. Zekeren dag toen de knecht naar Roermond was met een kar koren, kwam de pastoor af met den band van den weerwolf; deze lag altijd verstopt in een eikentronk onder bladeren en hout, en de pastoor deed den oven heet stoken. De knecht was zoowat halfweg, en toen ze de band in het vuur gooiden stond plots de knecht jankend bij hen, en vloog den oven in om het getuig te nemen, doch de band was verbrand, en de knecht was verlost.

Onderwerp

SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)    SINSAG 0824 - Die verbrannte Haut (Gurt, Halsband)   

Beschrijving

Een boer had een knecht die weerwolf was. Pastoor N. had de band van de weerwolf gevonden en raadde de boer aan om het ding te verbranden. Toen de boer de knecht met een kar koren naar Roermond had gestuurd, gooide hij de halsband in de oven. Zodra de band vuur vatte, stond de knecht al bij de oven om zijn band te redden. Toen alles was opgebrand, was de knecht verlost.

Bron

D. Truyen, Leuven, 1946

Commentaar

1.6 Weerwolven
limburgs (noorden)
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Opitter    Opitter   

Plaats van Handelen

Roermond    Roermond