Hoofdtekst
'Heksebetsje' woonde op Colmo(n)t. Cuvelier ging eens op met pjaad (= paarden) en ene wagel. Zij stond op e dorpel en wei ze doorkwamen riepen ze: 'Ai! moeten die pjèdsjes (= paardjes) toch fel trekken!' en toen was de wagel vas(t). De man maakte hem (= zich) kwaad, en he wilde haar afsmeren (= afranselen) en toen vertrok de wagel weer.
Onderwerp
SINSAG 0539 - Hexe bannt an den Platz
  
Beschrijving
Toen Cuvelier met paard en kar door Colmont reed, stond Heksebetje bij haar huis te kijken. Plots bleef de kar stilstaan. Cuvelier was ervan overtuigd dat Heksebetje de kar had laten vastrijden. Op het ogenblik dat hij aanstalten maakte om de heks af te ranselen, kwam de kar weer in beweging.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
742 (1)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Heksebetje   
Cuvelier   
Naam Locatie in Tekst
Overrepen   
Plaats van Handelen
Colmont   
