Hoofdtekst
‘k Hè dikkels van de mare bereên geweest. En ‘k hoorde da boven mij ip zoldre en da was lijk entwadde met schoenen met nagels ip. En ’t zat vlak boven mij ip zoldre en ‘k hoorde da komen langs den trap en langs de deure en amenkeer dat had mij vaste en ‘k wilde roepen maar ‘k koste nie meer en ‘k hè ton m’n bedde verzet da ‘k koste tegen de muur kloppen maar ‘k koste ook niet. En ‘k moeste ton ne tak hout die van de mare bereên was in m’n bedde steken en zelve ip geregelde tijden eten en da was ton gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw die vaak door de maar werd bereden, hoorde op de zolder een getik alsof er iemand rondliep met schoenen waarop spijkers stonden. De vrouw hoorde de maar aankomen langs de trap en de deur. Wanneer de maar haar vastgreep, wilde de vrouw roepen, maar dat lukte niet. De vrouw slaagde er ook niet in om tegen de muur te kloppen. Uiteindelijk heeft de vrouw een tak in haar bed gelegd, die ook door de maar was bereden. De vrouw moest ook op regelmatige tijdstippen eten. Daarna werd ze niet meer door de maar bereden.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (o van houtland)
117
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
