Hoofdtekst
Thuis hadden wij e paard en dat had penspijn, maar natuurlijk dat zegt ge tegen niemand nie want dan is 't veracht. En ons vader die waakte daarbij. Hij was er al ne nacht of ettelijk bij geweest, toen zegt mijn oudste broer Frans: 'Gij gaat nu maar slapen in 't bed, ich blijf nu bij 't paard.' 'Nee, nee ich blijf er bij.' 'Niks te doen, gij gaat slapen' en zo terug en voort gekald. Ja, door den duur zou vader dan toch maar gaan slapen. Frans bleef bij 't paard. En om twaalf uur klokslag tokten ze op e deur. Maar Frans sprak nie, die hield zich koest, dat mocht nie geweten zijn. Maar ze klopte weer en ze bleef kloppen en toen zei ze: 'Frans, hoe is 't met 't paard?' Hij herkende ze seffes, 't was er een uit de gebuur, van heel in de gebuur. Ze wisten alles jong.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een man had al de hele avond gewaakt bij zijn paard dat buikpijn had. Zijn zoon Frans sprak: "Ga jij nu maar slapen, ik zal wel bij het paard blijven". Om klokslag twaalf uur hoorde Frans iemand op de deur kloppen. Frans deed niet open, maar hoorde de stem van een vrouw uit de buurt, die vroeg: "Frans, hoe gaat het met het paard?" Hoewel niemand een woord had gerept over de ziekte van het paard, wist de heks toch wat er aan de hand was.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (noord-west)
196
memoraat
Naam Overig in Tekst
Frans   
Naam Locatie in Tekst
Achel   
