Hoofdtekst
‘k Ging een kee gaan vissen naar Boezinge met Henrieten Motelle, me kropen onder den draad van een wee (weide) om rapper bij de vaart te komen en ommekee (plots) ‘k zagen daar een gewijde keirse nazen (naderen), die kèse ging tien meter verre, ‘k zeggen: "Gauw Henrieten, me gaan een keer gaan kijken”! ’t was juiste tegen d’hage. Ik ging er bij en ‘t waren blekwormes (glimwormen) die weg en were kropen. Maar in dien tijde zeien ze dat dat gewijde keirsen waren. Z’hadden daar benauwd van.
Beschrijving
Een man ging samen met een vriend vissen in Boezinge. Om sneller bij de vaart te geraken, liepen de mannen door een weide. Plots zag één van hen een gewijde kaars naast een haag. Toen de mannen dichterbij kwamen, stelden ze vast dat het glimwormpjes waren.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (ieper)
76
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Ieper   
Plaats van Handelen
Boezinge   
