Hoofdtekst
De verstoorde heksensabbat.Alle jaren moesten die ne keer bijeen kommen. Maar 'k weet ook nie meer wanneer. Dan zaten die op d'hei bij mekaren. In Zandvliet is er zo'n heel hei. En ze moesten allemaal hunnen bessemsteel meebrengen. D'r was daar een spreuk: "Over heg, over haag, te Keulen in de wijnkelder." D'r was daar op ne keer een jong toverheks bij en 't was veur den eerste keer da ze meeging. Nauw in Keulen kregen z'eten. En ze mochten d'r nooit van zout spreken. Ze kregen eerst soep. 't Jong toverhekske vroeg: "Is er nie wa zout veur in de soep te doen." En op slag was alles donker; en 't masken is nooit nie meer teruggekommen.
Beschrijving
Ieder jaar hielden de heksen een bijeenkomst op de heide. Op de heide in Zandvliet vonden bijvoorbeeld zulke bijeenkomsten plaats. De heksen vlogen dan op hun bezemsteel nadat ze hadden gezegd: "Over heg, over haag, te Keulen in de wijnkelder". Een jonge toverheks die voor het eerst in Keulen was, kreeg daar eten en mocht het woord 'zout' niet uitspreken. Toen er soep werd opgediend, vroeg de jonge heks: "Is er geen zout om in de soep te doen?" Het volgende moment werd alles donker. Het meisje is nooit meer terug naar Keulen gegaan.
Bron
M. Van den Berg, Leuven, 1955
Commentaar
2.1 Heksen
antwerps (polders ten noorden van antwerpen)
121
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stabroek   
Plaats van Handelen
Zandvliet   
Keulen   
