Hoofdtekst
Beschrijving
Een vrouw die geen boter meer kon karnen, ging naar de pastoor. De geestelijke vroeg de vrouw wat zij op zondag zoal deed. Daarop antwoordde de vrouw dat ze 's zondags waste, boter karnde, en nog andere klusjes deed. De pastoor zei dat dergelijke werken tijdens de week moesten worden gedaan. Als de vrouw de zondagsrust zou respecteren, zou ze opnieuw boter kunnen karnen.
Bron
N. Coremans, Leuven, 1977
Commentaar
2.2 Tovenaars
brabants (noord-west)
18C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nieuwenrode   

