Hoofdtekst
Metje was de grootmoeder van ons maarte en Metje vertelde dat er iederen avond aan’t gotegat – dat is ’n gat in d’achterkeuken waarvan dat ze ’t water lieten buiten lopen of ’t vuil gotesop lijk dat we zeggen weggieten – en der kwam daar iederen avond ’n katte of ‘ne kater lelijk doen.En op ‘ne zekere keer zegt ze: "Dat is toch kurieus, dat moet alleszins ’n spook zijn of ’t is misschien geen spook, maar ’t zou wel kunnen ’n toveresse zijn." En dat begoste ulder zodanig tegen te steken en op de stove stond er ’n ijzeren panneke en ze pakte dat panneke en ze smolt er vet in. En als de katte daar were kwam, kletste ze dat gesmolten vet in ’t gotegat. En ’s anderdaags was er ’n vrouwmens van ’t gebuurte die heel den enen kant van heur aangezichte verbrand was.
Onderwerp
SINSAG 0640 - Hexentier verwundet: Frau zeigt am folgenden Tag Malzeichen.
  
Beschrijving
In het huis van een vrouw verscheen iedere avond een kat bij het afvoergat voor het water. Omdat de vrouw zich aan de kat ergerde, goot ze op een dag gesmolten vet over het dier. De volgende dag had één van de buurvrouwen een verbrand gezicht.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
375
Grootmoeder van de meid van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Otegem   
