Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0087_0088_31318

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

Om aan Tuurs af te gaan (Achiel De Turck), die gaan was toegesneeuwd, zodat ge moest door het land gaan. Wij gingen op die kant. En op een morgen ging de secretaris zijn werk doen en dat was geen sneeuwen of hagelen, dat waren al brokken ijs. En het waaide en ik dacht: ik ga een paraplu meedoen. En Maria kwam mij tegen aan de burgemeesters weide. En als ik in dat straatje was, ik keek eens en ik zag Maria haar kaarske ginder. Ik, aangezet met die paraplu voor mijn gezicht en ik was bijna onderaan en ik dacht: ik ga eens blijven staan en kijken waar zij is. Ik zag geen Maria meer. Ik riep een keer of drie en dat waaide hard en plots had zij gekniplicht. Heel tegen Smesse Louis (Louis Versmessen) zag ik dat kniplicht vallen. En ik de paraplu toegedaan en zoveel ik lopen kon en ik riep: “Maria, Maria”. Tot ik erbij kwam. En ze bleef staan tot waar dat licht gevallen was. En dat licht lag met het licht neer. Ik zeg: “Maria, wat doet gij nu? Waar gaat ge naar toe?” “Ah, waar ben ik?” zei ze. Ik zei: “Ge gaat u verongelukken. Ge loopt recht naar Smesse Louis.” En ze zei: “’k Ben mijn weg verloren, waar moet ik nu gaan? Ik weet het niet. Ik ben als bedwelmd.” En ik pakte Maria bij de arm en dat vrouwmens was haar baan kwijtgeraakt en ze wist niet waar ze ging uitkomen. En ze zou de borm beneden gesukkeld zijn…

Beschrijving

Een man die bij hevige sneeuwval op pad was, hielp een vrouw die in de sneeuw verdwaald was geraakt.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

oost-vlaams (zuiden)
41K
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Sint-Cornelis-Horebeke    Sint-Cornelis-Horebeke