Hoofdtekst
De peerden zijn ook soms bereen van de mare wè (hoor). ‘k Heb ik nog gehoord van een plaatse en die peerden wierden daar zo mager en zweten, en geen asem hebben! En de mare kwam die peerden daar alle nachten halen en ze reed zij daarmee geheel de nacht rond, verre verre weg. En natuurlijk dat die peerden ton (dan) moe waren.
Beschrijving
Bij een boer werden de paarden heel mager. De dieren waren 's ochtends bovendien bezweet en moe. De paarden werden 's nachts bereden door de maar.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (kamerlingsambacht)
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Stene   
