Hoofdtekst
Waar wij gaan mutsaards binden, jaar en jaar, als daar 's noenens van twaalf tot een of 's nachts iemand doorkwam - dat was zo een wegske - ik ben er zeleven honderden keren gegaan, maar juist liep de beek daarlangs, de oude beek, en daar was zo breed (gebaar) een plank daarover. Tsja, daar ging de beemd in, daar ging alleman over, 'wor'. Maar, dan stond daar een witte juffrouw en als er bij 't ''kudde' waren: Jamaar, daar gaan we kijken, gaat ge mee? Maar daar ging niemand mee als het erop aankwam. Maar als dan iemand was die kloek was en die dacht: Het is niet waar - maar daar stond een witte juffrouw. Maar veel mensen gezien en dikwijls gezien, maar toen stond die juffrouw daar weer en die mens sprak haar aan wat ze verzocht. 'Als ge morgen om deze tijd terugkomt en wat ge hier zult zien, als ge dat wilt verlossen, maar dan ben ik het niet maar dan zijt ge rijk, dóór rijk uit, zolang als ge twee levens moogt hebben.
Onderwerp
SINSAG 0301C   
Beschrijving
Bij een brug over een oude beek verscheen om middernacht altijd een witte juffrouw. Op een dag vroeg een dappere man aan de juffrouw wat ze wilde. Daarop antwoordde de witte juffrouw: "Kom morgen omstreeks dezelfde tijd naar hier. Ik zal hier dan niet zijn. Als je de verschijning die je hier morgen vindt, kan verlossen, dan ben je schatrijk". De volgende nacht trok de man naar dezelfde plaats. Op de brug lag deze keer een slang met een sleutel in haar muil. De man was echter zo bang dat hij terug naar huis vluchtte. Drie dagen later is de man van angst gestorven. Met de sleutel had de man nochtans een verzonken schat kunnen openmaken.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
a
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
