Hoofdtekst
13B Ja, dat had je overal. Arm mensjes, dat waren de sukkelaars, gelijk het nu nog is. Er was er zo een op Haterbeek en dat was Louiske zeiden we daar tegen. Maar ik heb daar van z’n leven niks van gezien. Maar als we die tegenkwamen, gingen we opzij. Dan ging je lopen. (?) Ja, wij hadden daar schrik van, zo ging dat toen. En als je de oude mensen bezig hoorde, mijn vader en nog ander oude mensen. Wel, die konden de hele avond klappen (praten) over de heksen en de spoken. En dan durfden wij ’s avonds niet slapen, ah nee, want dan zagen wij de spoken en de heksen. z1 En weet je daar nog iets van? Kan je daar nog iets van vertellen?13B Nee.z1 Allé, dat zouden we moeten hebben, dat je daar iets van kon vertellen.13B Ja, maar dat is ook al zoveel jaren geleden, en je raakt dat kwijt op de lange duur. Je blijft daar niet mee in je kop zitten, want de mensen vroeger. Maar ik zeg het nog, het waren toen de sukkelaars. Als je toen een sukkelaar was, en dat is nu nog zo.
Beschrijving
Vroeger liepen de kinderen weg wanneer ze een vrouw tegenkwamen over wie ze vermoedden dat het een heks was.
Bron
T. Bergen, Leuven, 2003
Commentaar
2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
13B
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Aarschot   
