Hoofdtekst
‘k He altijd mijn moeder horen zeggen dat haar zuster haar eerste kind ot (als) het ne jongen of een meiske was wete’k nie meer en ‘twas een ferm streus (zeer kloek) kind, betoverd ware. D’er kwam ne keer een leurster aan de deure en ze ziet da kind en ze zegt: "Oh, heje een klein kindje dan?" "Jaam." "Laat mij dat klein kindje ne keer zien." Z’heft de sargen (dekens) op en ze zegt: O wat een schoon kindje" en ze legt ze were toe. En van osse (als ze) weg ware heet da kind nie meer opgehouden mee schremen (wenen). Maar ze kregen voor raad danze mee da kindje naar de paters van Steenbrugge mosten gaan. En ze gingen mee da kindje naar Brugge. En binst danze mee da kind bij de paters daar waren, die eigenste vrouwe die da kind bekeken had kwam daar ook binnen en moeders zuster had er al een kwaad oge op, op die vrouwe. En die vrouwe schoof almaar dichter bij da vier dan de paters han aangeleid. En ze zegt: "Laat mij da kind ne keer zien…" En moeders zuster en gaf het nie geren (graag) maar de pater deed teken dasse moste geven. En ze gaf op den duur da kind aan de die en van osse ’t in haar hand had z’ontbunseldiget, da kind en ze smeet almaar dingen weg en z’en zagen niets. En ze deed het tons were toe. Ze zijn mee elder kind naar huis gegaan en ’t was tons genezen. En most ze ’t niet ontbunseld hen most zij in da vier (vuur). Ze zeggen dan die bunsels vol mee spellen zitten.
Onderwerp
SINSAG 0531 - Peinhexe quält einen Menschen mit einer Puppe, in welche sie Nadeln steckt.
  
Beschrijving
Een moeder kreeg bezoek van een leurster, die zei: "Oh, heb je een klein kindje? Laat mij dat kindje eens zien!" De leurster hief de dekens even op en dekte het kindje daarna weer toe. Na het vertrek van de leurster begon het kind onophoudelijk te huilen. De moeder kreeg de raad om naar de paters van Steenbrugge te gaan. Toen de moeder bij de paters zat, kwam de leurster daar ook binnen. De leurster schoof altijd maar dichter bij het vuur dat de paters hadden aangelegd. Ze vroeg om het kind te mogen vasthouden. De leurster haalde een massa spelden uit de doeken van het kind en gooide die in het vuur. Daarna was het kind genezen. Als men de leurster het kind niet had gegeven, dan had ze in het vuur moeten springen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
277
Tante van de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Steenbrugge (paters van)   
paters van Steenbrugge   
Naam Locatie in Tekst
Sijsele   
Plaats van Handelen
Steenbrugge   
