Hoofdtekst
Ik was soldaat in negentien negentiene en ik zat in de censure in Brugge. We kregen daar vele brieven te lezen die wel komiek waren en ik en mijn kameraden lachten daarmee. Maar op zekere dag komt er een brief van een Antwerpenaar die wilde zijn tovermacht overzetten op een van Rotterdam. Die brief was vol rare truukjes en spreuken. ’t Stond daar nog bij dat als hij die macht wilde overzetten op een ander dat hij nooit niets mocht rekenen daarvoor. Dan zou het gaan. Ik zond de brief door uit zekerheid. Ik sprak ervan tegen een priester op een maaltijd en hij zie dat dat mogelijk was alleen in Oosterse landen. Al niet geloven, daaraan toch door omdat ik toch lijk benauwd was.
Beschrijving
Een soldaat die in Brugge verbleef op de dienst censuur, kreeg veel vreemde brieven te lezen. Op zekere dag las de soldaat een brief van een Antwerpenaar die zijn toverkracht wilde doorgeven aan iemand in Rotterdam. De brief stond vol vreemde spreuken. Er stond ook geschreven dat men voor het doorgeven van de toverkracht nooit een vergoeding mocht vragen. De jongen stuurde de brief voor alle zekerheid op. Later sprak hij met een pastoor over de kwestie. De geestelijke vertelde hem dat zulke zaken enkel mogelijk waren in Oosterse landen.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
15
1919
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
Plaats van Handelen
Antwerpen   
Rotterdam   
Brugge   
