Hoofdtekst
Tussen Anzegem en Waregem aan den Kabeljauw, ‘n vroegere staminee, langs den enen kant van de bane was-t-er den berg van de kalsie, en al den andere kant den berg van den bos. En in dat bos was-t-er iedere nacht gezongen. En ‘k wasse ‘k ik nog kleine en ‘k ging met mijn vader mee naar den bos waar dat er gezongen was. En er stond daar ’n hele bende volk om te komen horken (luisteren). En te midden de nacht was-t-er daar gezang: en dat duurde nog lange zulle! En ’t was zo schone gezongen dat we bleven horken om dat te horen; en als we naar de plekke gingen zagen we niets, en toch bleef ’t zingen, maar we kosten niets zien. Ah ja, ’t was nacht hé! Maar ’t was wreed schone. En dat was iedere nacht, en der was daar ’n hele bende volk om te horken.Ah ja, dat weren zeker heksen hé. Ze zeggen dat er geen spoken bestaan, maar ’t moet toch zijn van ja hé, ze zouden het anders niet kunnen doen hé!
Beschrijving
Tussen Anzegem en Waregem was een herberg die 'de Kabeljauw' heette. Tegenover die herberg was een bos waar men iedere nacht om twaalf uur heksen kon horen zingen. Veel mensen kwamen naar dat mooie gezang luisteren.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
322
Kindertijd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
Kabeljauw (herberg tussen Angezem en Waregem)   
herberg 'De Kabeljauw' (tussen Anzegem en Waregem)   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Waregem   
Anzegem   
