Hoofdtekst
’t Wos daar ne werkman die bi den boer wrochte (werkte), ging olle navende naar huus, en je moste deur ne weug passeren met langs weerskanten een hage hoog hout, en oet ie daar in ’t midden in wos, hoorde ne ommettekeer: "Voorzichtig dat je tegen min nagels niet loopt".Diene werkman geloofde daar niet aan en zei: "Ga je lachen dè, jaag!" – Maar ommettekeer die persen (staken) begosten te plooien en ze sloegen hem dat ne geen klaar meer zag en ’t wos pertank geen spierke wind.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een man die bij een boer werkte, ging iedere avond naar huis langs een weg waarlangs hoge houtstapels stonden. Op een dag hoorde de man op die plaats een stem zeggen: "Let op dat je niet tegen mijn nagels loopt!" De man vermoedde dat het om een grap ging en begon te lachen. Daarop werd de man door de houten staken geslagen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (ieper)
95
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Geluveld   
