Hoofdtekst
Minse hâe gedroenke en zôge een ât vroke inne gracht en dê wor heur geld on 't tellen. 'Zet dji oer geld on 't tellen?' vruge ze. Ze zee: 'Den dôg is veur oech en de nacht is ver mich.'
Beschrijving
Enkele dronkaards zagen hoe een oud vrouwtje in de gracht haar geld zat te tellen. Daarop riepen de dronkaards: "Ben je je geld aan het tellen?" Het vrouwtje antwoordde: "De dag is voor u en de nacht is voor mij".
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
429
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Schakkebroek   
