Hoofdtekst
In Klein-Vorsen was een paardsmeester, Vingerjas heette hij, maar die deugde niet in zijn pens. Hij besloeg zijn paard 't achterste voor. Het was niet pluis waar die kwam. Maar dat bleef niet duren, ze hadden hem gepakt en hem opgehangen en ze lieten hem zo lang hangen tot als de kraaien aan hem kwamen eten. En zijn kop 'trulde' over de straat op het laatste. Dat zijn wrede kerels in Montenaken die dat gedaan hadden. Mijne pa heeft Vingerjas nog zien hangen.
Onderwerp
SINSAG 1291 - Verkehrt beschlagene Pferde (Hufeisen verkehrt untergebunden).   
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
In Klein-Vorsen woonde een man die men Vingerjas noemde. Men wist dat Vingerjas met het kwaad omging, want hij besloeg zijn paarden achterstevoren. Op zekere dag heeft men Vingerjas opgehangen. Men heeft zijn lichaam zo lang laten hangen tot de kraaien het kwamen opeten.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
4. Historische sagen
zuid-limburgs
fabulaat
Klein-Vorsen is een gehucht van Montenaken.
Naam Overig in Tekst
Vingerjas   
Naam Locatie in Tekst
Buvingen   
Plaats van Handelen
Montenaken   
Klein-Vorsen   
