Hoofdtekst
’t Wos hier e vrouwmens gekend voor een hekse en up ne zundagnuchtend, oe min vader en moeder naar de messe gingen, ging ze juste voor ulder, en min vader zei: "’k Gaat wel ne keer weten wuk dat ze zie es" en je zette zine voet in de vorm van een kruus in haar stappen, en ommettekeer dat vrouwmens draait heur omme en ze zegt: "G’hèd mi nu lelijk gehad maar ge gaat mij nog gewarig zijn" en ze gaan naar de messe en ze komen were naar huus, en de zundag passeerde, en ze gingen gaan slapen, maar van oe mijn vader in bedde lag, zat ne met ne slag vul luzen, je wos stijf van de luzen, en min moeder gevoelde dat niet, ze wos zie niet gewarig, maar min vader zat er vul van.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
SINSAG 0641 - Hexe erkannt. Sie sieht sich um, wenn ihr Fusstritt gekreuzt wird (rächt sich).   
Beschrijving
In Komen woonde een vrouw over wie men vermoedde dat ze een heks was. Toen een man en een vrouw op zondag naar de kerk wandelden, liep de verdachte vrouw vóór hen. De man sprak tot zijn echtgenote: "We zullen eens gauw zien of het waar is", en hij zette zijn voeten gekruist op het voetspoor van de vrouw. Op dat ogenblik draaide de verdachte zich om en zei: "Je hebt mij nu lelijk beetgenomen, maar daar zal je nog spijt van krijgen!" Toen de man die avond ging slapen, zat hij vol luizen. Zijn vrouw had geen luizen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
268
Ouders van de informant.
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Komen   
Plaats van Handelen
Komen   
