Hoofdtekst
X: Euh, daar was een metske en een jong (een meisje en een jongen) en die waren aan het wandelen. En die jong zei: 'Ik moet eens efkes (eventjes) weg gaan.' Ja, dat moest pissen of wat, dat weet ik ook niet. 'Maar als ge iemand tegenkomt dan gooit ge die zakdoek maar', zei hij. Dat waren toen ook al heksen, hè. Dan moest ze die zakdoek gooien, dat metske. Hij gaf toen zijne rooie zakdoek aan haar. Hij ging weg en daar kwam ze iemand tegen en ze gooide die zakdoek. En toen die jong terug bij zijn metske kwam toen hingen de stukken van de zakdoek tussen zijn tanden. Dat was hij zelf. Die moest kwaad kunnen doen, hè.Z: Als wat was die man gegaan?X: Hè?Z: Als hond, hè. Ja, als hond.X: De stukken van de zakdoek hingen tussen zijn tanden.Y: Werd daar vroeger dan tegen gepreekt door de pastoor?X: Dat weet ik niet, hoor.Z: Zij bidt nog elke dag!X: Ik heb nog bidprentjes van de Heilige Aartsengel Michaël: Heilige Aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken U ootmoedig, dat God hem zijn macht doe gevoelen. En gij. Vorst van de hemelse legerscharen, drijf Satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen. Allerheiligste Hart van Jezus, ontferm U over ons (3 maal). Dat was van de kerk van Rusland.Y: Rusland? Z: Hier staan nog iets bij, kijk, schrijft dat maar over, dat is nog interessant.Y: Ja. De biografen van Leo de dertiende verhalen gewoonlijk het vermaarde visioen dat hij op dertien oktober 1884 had in hetwelk hij legioenen duivels zag die verspreid waren over de hele wereld en met onzeglijke hardnekkigheid werkten om de kerk te vernielen en de zielen te verdoemen. Ten gevolge van dit visioen beval hij dat onderstaande gebeden in de hele kerk gelezen worden, na de H. Mis, met uitzondering van hoog -en feestmissen, door de priesters en de gelovigen. Pius de tiende voegde er de aanroeping tot het Allerheiligste Hart van Jezus bij. Pius de elfde hernieuwde zijn voorgangers' voorschriften en beval deze gebeden tot de intenties van de kerk in Rusland op te dragen. De liturgische hernieuwing heeft deze verordeningen niet behouden. Toch belet niets, integendeel, de priesters en de gelovigen die deze gebeden wensen te bidden, na de H. Mis, gedurende de dankzegging of om het even welk uur van de dag, dit te doen. Wat meer is, de angstwekkende dagen die wij nu beleven sporen ons aan dit meer dan ooit te doen. Onze-Lieve-Vrouw van altijddurende bijstand. (Novenen)Z: Voila, Blondinneke, nu hebt ge toch nog veel kunnen vertellen, hè.X:Hm?Z: Ge wist toch nog wat te vertellen over heksen en spoken!X: Ja toch nog iets, hè.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een jongen die met zijn vriendin aan het wandelen was, sprak tot het meisje: "Ik moet even weg. Als je iemand tegenkomt, dan gooi je deze rode zakdoek maar". Toen het meisje even later iemand tegenkwam, deed ze wat haar vriend haar had aangeraden. Even later kwam de jongen terug. Hij had de rode vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden.
Bron
E. Droogmans, Leuven, 2002
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (heusden-zolder)
3.6
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bolderberg   

