Hoofdtekst
Duivel brengt zijn meisje met één reuzenschrede thuis.En op ne keer, Tist den Duvel verkeerdeg’ in Vloesberge, ie was in Vloesberge bij zijn lief. Ze waren zouder daar op de danszale en hij zaagt mee ene keer hoe laat dat dat was, da was al acht uren abij.“Oe, zegt da meiske, ik moe ten acht uren thuis zijn zille!”“O, ’t en es niet, zei ’t hij tegen haar, kom, we gaan me buiten!” zei ’t hij.Ie vertrekt mee zijn lief buiten, newaar, en hij zegt tegen haar: “Kijk, zet ou voeten op mijn voeten hein.”En, hij doe’ne stap hein, en mee ene keer stonden zouder op da hof waar dat da meiske weundege en ’t en was maar juust acht uren!Op vijf minuten tijd waren ze van Vloesberge naar da meisk’ haar huis ‘kommen. En ze was zij daar intijds hein.
Beschrijving
Een man was samen met zijn vriendin in een danszaal in Vloesberge. Plots schrok het meisje en zei: "Het is bijna acht uur en ik moet om acht uur thuis zijn!" De man bleef opvallend kalm, ging met zijn vriendin naar buiten en zei: "Kom, zet je voeten op mijn voeten". Vijf minuten later stond het tweetal vóór het huis waar het meisje woonde. Het was nog maar net acht uur!
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
3.1 Duivels
oost-vlaams (zuiden)
216
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
Plaats van Handelen
Vloesberge   
