Hoofdtekst
En ’t waren d’r daar en ulder kind was betoverd en ’t schreemde alten en ze gingen naar de paters en die pater leest en daarachter zegt ie: "’t Is nu tiene en klokslag ten tienen gaat ’t doodgaan." En meziere, ze komen thuus en klokslag ten tienen was ’t doodgegaan. En da was juste ip ’t zelfste moment dat die pater gezeid had. En azo was da kindje ook verlost van ’t zeer.
Beschrijving
Bij een familie had men een kind dat de hele tijd huilde omdat het was betoverd. Men liet het kind door de pater overlezen. Nadat dat was gebeurd, sprak de geestelijke: "Om klokslag tien uur zal het kind sterven". De voorspelling van de pater kwam uit.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (o van houtland)
469
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Wingene   
