Hoofdtekst
Op de boerderij van Tack in de Hooie te Sint-Baafs-Vijve, waren duizenden ratten, zoveel dat de boer besloot de hulp in te roepen van Bouckaert. Bouckaert kwam en belas de boerderij en ging met Tack in de boomgaard. Hij zei: “we gaan ons nevens een in het gras leggen, op onze buik en wat ge ook hoort, ge moogt niet opkijken”. Toen dat enige tijd geduurd had en Tack niets hoorde, kon hij het niet meer uithouden en keek op. Niet ver van hem zag hij ontelbare ratten in een lange rij van de boerderij weglopen, maar niet zo gauw had hij het gezien of de ratten keerden zich om en keerden terug. Hij vertelde later dat de laatste rat, de commandant van de bende, bijna zo groot was als een kat, en met haar staart rechtop liep.
Onderwerp
SINSAG 0689 - Der Rattenfänger   
Beschrijving
Op een boerderij in Sint-Baafs-Vijve zaten zoveel ratten dat de boer besloot de hulp van een tovenaar in te roepen. De tovenaar overlas de boerderij en ging vervolgens met de boer in de boomgaard liggen nadat hij had gezegd: "We gaan naast elkaar op onze buik in het gras liggen. Wat je ook hoort, je mag onder geen beding opkijken". Omdat de boer al een hele tijd niets had gehoord, kon hij zijn nieuwsgierigheid niet bedwingen en keek op. In de verte zag hij ontelbare ratten in een lange rij van de boerderij weg lopen. Omdat de boer keek, draaiden de ratten zich onmiddellijk om en liepen terug naar de boerderij. De laatste rat in de rij was bijna zo groot als een kat en had haar staart hoog in de lucht.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tielt en izegem)
349
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Baafs-Vijve   
Plaats van Handelen
Sint-Baafs-Vijve   
