Hoofdtekst
Zij zegge datter hê obbe stieweg iet gebeurd wor. Een dochter vrug on heur moeder of ze mocht no de kermes gôn. 'Neeje' zee de moeder. 'Ich gôn toch' zee de dochter. De moeder klopte op heur schôwer en het metske is ziek gewjode. Zij mos in bed en is gestorven. De moeder hâ de nôm van een heks te zijn.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een meisje dat van haar moeder niet naar de kermis mocht gaan, hield koppig vol: "Ik ga toch". Nadat de vrouw haar dochter op de schouder had geklopt, is het meisje ziek geworden. Uiteindelijk is het kind gestorven. Men vermoedde dat haar moeder een heks was.
Bron
M. Hermans, Leuven, 1966
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (herk-de-stad)
645
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Donk   
