Hoofdtekst
‘k Heb ‘k ik altijd horen zeggen dat die werekeersels eigenlijk oude tovermetjes zijn die werekeren. Ge moet er ‘ne keer opletten: ’t zijn altijd vrouwen die werekeren, nooit geen mannen, omdat de mannen niet kosten toveren, de vrouwen wel. Ge moet ‘ne keer kijken, ’t is altijd van tovermeetjes dat ze spreken, die u de plane zetten of zoiets. En die tovermeetjes werden altijd wreed oud, ge moet er ‘ne keer op letten: honderd, honderd twintig jaar komen ze dikwijls. En ’t zijn altijd de die, die werekeren. ‘k Wete niet waarom, maar ’t zijn toch altijd zulder die werekomen.Ja, ’t is raar.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Mensen die na hun dood terugkwamen, waren eigenlijk oude tovermetjes. Het waren immers altijd vrouwen die terugkeerden en nooit mannen. Mannen konden namelijk niet toveren. Die tovermetjes werden altijd heel oud; zo'n honderd of honderdtwintig jaar.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
212
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Outrijve   
