Hoofdtekst
De framassons verkopen hun ziel aan den duivel, die krijgen dan een boekske. Die hebben geld zoveel als ze willen om te drinken, maar niet om iets anders te kopen. Als een pastoor wilde, kondt ge eraf geraken, maar anders kondt ge er nooit meer af. Die pastoor liet ook veel zweet voor hij er u kon afhelpen, zeggen ze.
Beschrijving
De framassons verkochten hun ziel aan de duivel en kregen dan een boekje. Ze haddden zoveel geld als ze maar wilden, maar dat geld konden ze alleen uitgeven aan drank. Een framasson kon enkel door een pastoor worden verlost van zijn duivelspact. Bij zulke interventies zweette de pastoor verschrikkelijk.
Bron
L. Smets, Leuven, 1963
Commentaar
3.2 Vrijmetselaars
antwerps (rupelstreek en omgeving)
54
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruisbroek   
