Hoofdtekst
En dan was daar ook eens in de beemden. Ze waren eens gaan hout halen of ik weet niet wat en dat was bij klare maneschijn. Dan werkten ze vroeger altijd tot 's avonds, moet ge zeggen. Vroeger waren de dijken redelijk smal, de vijverdijken en... hij komt ook thuis en... hij komt over de dijk af. Dat was juist breed genoeg voor één mens en daar loopt een hond gelijk een vaars op de dijk. Het was een grote hond, een scheper of een politiehond, gelijk ze zeggen. Allé, en hij wil achter de hond omgaan. En die hond staat op en draait hem om. Vader durfde niet doorgaan. Toen ging vader aan de achterkant, toen draait hij hem weer om. Toen dacht hij - nondedjus - en hij legde hem alle keren terug weer, toen dacht hij zo, ja, als ge toch niet onder de voet uitgaat, dan trap ik over u heen. Toen wou hij over hem heen stappen, toen staat daar juist een paard voor hem. Toen was die hond in een keer zo groot geworden. Dat was juist een paard, en hij kon een andere weg nemen.
Onderwerp
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
Een man was bij maneschijn in de beemden hout gaan halen. Nadat hij klaar was met het werk, liep de man naar huis langs de dijk, waar een grote hond hem de weg versperde. Toen de man over de hond heen wilde stappen, veranderde het dier in een paard. Daardoor was de man genoodzaakt langs een andere weg naar huis te gaan.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
midden-limburgs
h
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
