Hoofdtekst
Vader is ne keer in dienst geweest met de grootvader van den boer die nu op ’t hof van Libbrecht weunt. ’t Was van christelijk volk, ne goe vint maar zijn voorzaten waren schrikkelijk gierig. Op dat hof als den anderen boer dood was, zei den boever dat hij hem weergezien had. Hij sliep bij de peerden – dat was dan de mode en de koejeter sliep in de koestal – en ’s nachts kwam er altijd iemand zijn sjargen aftrekken. ’t En houdde niet op en hij zei dat de boer dat deed. Hij ging ’t zeggen aan den onderpaster en den dezen loech maar hij kwam dan toch en ’t is gedaan geweest.In den tijd van de hongersnood door mislukking van den oogst en de mechanisatie zodanig dat handwerk niet meer betaald wer – in dien tijd kosten ze de zot houden met de werkmensen – in dien tijd dus was er op dat hof nen boever die standvastig uitgeregend was. Den boever zei tegen den boer: "Als ik nu nog uitgeregend ben en ik heb geen droge kleren meer om aan te doen, misschien mag ik dan de kalsieën effen leggen in de stal, als ik niet moet uitgaan, zal ik die put vullen." ’t Was goed van den boer. Hij doet de kalsieën los, ’t zat goor, en dan botst hij op een mermietje. Hij haalt den boer en ’t was een mermietje met zilver. Ze vonden ’t in dezelfde stal waar dat den boever zijn sjargen verloor.
Onderwerp
SINSAG 0401 - Der verborgene Schatz.   
Beschrijving
Een knecht die in de paardenstal sliep, vertelde aan de boer dat er 's nachts altijd iemand zijn dekens kwam wegtrekken. De boer vertelde het aan de onderpastoor, die lachend reageerde, maar uiteindelijk toch langskwam. Later vond de knecht onder de stenen van de paardenstal een koperen ketel vol zilver.
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (zuiden)
229
Vader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
