Hoofdtekst
Voortijds lag dat hier allemale onder water hé, nu is dat alzo niet meer; ja de waterleidingen zijn beter gearrangeerd. En als ’t winter was, was dat hier allemale versmoord.En der was hier toen ‘ne jager – Jantie – hij ging hem gaan jagen met zijn bootje en hij had alzo wat wild mee. En der was daar ’n oude, en ze vroeg of ze ‘nen haze mochte hebben. En hij zei dat hij geen wilde geven, dat hij ze geschoten had voor hem. En hij zegt: "Omdat ge misschien peinst dat ge mij kwaad kunt doen, ‘k ‘en benne ‘k ik niet vervaard van u", zegt hij, "en als ge kunt toveren, ge moogt"! En zegt ze: "’k En ga ‘k ik dat niet doen". En zegt ie: "Ge moogt gij dat doen, ‘k en benne ‘k ik van u niet schuw".Maar op ‘ne keer, ze had er zij zeker were tegen geklapt, Jantie stond op en … hij had toch wel ’n bulte zeker! En hij was hem voor de reste van zijn leven ongelukkig.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Vroeger waren er in Avelgem tijdens de winter altijd overstromingen. Toen een jager met zijn bootje onderweg was, kwam hij een oude vrouw tegen, die vroeg of ze een haas mocht hebben. De jager weigerde en zei: "Je denkt misschien dat je mij kwaad kan doen, maar ik ben niet bang voor jou. Als je kan toveren, doe het dan maar!" De vrouw zei echter dat ze dat niet ging doen.
Een tijdje later stond de man weer met die vrouw te praten. Daarna had hij een bochel, waardoor hij heel zijn leven ongelukkig was.
Een tijdje later stond de man weer met die vrouw te praten. Daarna had hij een bochel, waardoor hij heel zijn leven ongelukkig was.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (tussen schelde en leie)
334
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
Plaats van Handelen
Avelgem   
