Hoofdtekst
Beschrijving
Een moeder had al twee dochters en een zoon. Toen er nog een zoontje werd geboren, stierf het kind. Het dochtertje dat daarna werd geboren, stierf ook. De moeder geloofde dat het ongeluk was veroorzaakt door toverij. Ze had immers een andere vroedvrouw. In huis liep bovendien altijd een zwarte hond rond. Uiteindelijk zijn de mensen verhuisd naar een andere straat. Ook daar sloeg de kwade hand echter toe; deze keer niet op de kinderen, maar op de varkens. Op zekere dag liet de vrouw de pastoor komen. Nadat de geestelijke wel een half uur in de varkensstal had doorgebracht, was hij helemaal bezweet. Daarna hadden de mensen geen ongeluk meer.
Bron
N. Coremans, Leuven, 1977
Commentaar
2.1 Heksen
brabants (noord-west)
6A
Moeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meise   

