Hoofdtekst
Ene weerwolef, die pakte oech (= U) en ternoa zag zje nog de kèttele (= flarden) in zijne mond hangen van aster (= toen hij) ene mins aangevallen was. En as zje de weerwolef onder zij(n) strot pakte, dan waster terug mins.
Beschrijving
Vier vrienden gingen vaak op de Zavelberg kaarten. Eén van hen ging altijd opvallend vroeg naar huis. Wanneer de andere drie naar huis gingen, werden ze vaak aangevallen door een weerwolf. Toen de drie een keer op wacht gingen staan, ontdekten ze dat hun kameraad de weerwolf was.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (tongeren en omstreken)
1024
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Heks   
Plaats van Handelen
Zavelberg (tussen Tongeren en Neerrepen)   
