Hoofdtekst
Dat was te Sint-Antelinckx: ook op een hof al de beesten gestorven, en zijn vrouwe ziek geworden; en dat was in gang gekomen: ’t er passeert ene achter zijne lochting en z’hadden daar schoon kroppen kabuizen staan. “Ai, gij hebt schoon kabuizen, en wij en hebben geen spierken groen!” “Wille ne krop hebben?” zegt ze, die vrouw. En ze gaf haar enen en van toen is dat begost. En ze zijn toen ook achter ’t geestelijk geweest, en dat heeft toen ook gedaan geweest.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij in Sint-Antelinks stierven alle dieren en werd de boerin ziek. Op een dag was daar een vrouw in de tuin geweest, die had gezegd: “Jullie hebben mooie kolen! Wij hebben geen sprietje groen!” Nadat de boerin de vrouw een kool had gegeven, is het ongeluk begonnen. Men liet de paters komen, die een einde maakten aan het onheil.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
376
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Voorde   
Plaats van Handelen
Sint-Antelinks   
