Hoofdtekst
De kesteelheer was gestorven. Mais hij was nie goed gestorven want taidens zijn lèven hoa hij veul plezier gemokt. Het was nau de geweente (gewoonte) dat de minsen bèden (baden) veur de zielen van de oafgestorvenen. Mais op het kesteel speelden ze liever koat dan te bidden veur de dooie. Op ne keer koem de ene vreumde heer op 't kesteel en ze vroegen of hij wilde met koat spelen. Toen ze oan het spelen woren voel do opeens een koat op de grond en toen zogen ze dat hij bokkepoten hoa. Toen was de vreumde heer opeens voert.
Onderwerp
SINSAG 0904 - Der vierte Mann. Teufel als Kartenspieler erkannt am Bocksfuss (Pferdefuss).   
Beschrijving
Een kasteelheer die tijdens zijn leven veel plezier had gemaakt, was gestorven. In plaats van te bidden voor de overledene, speelden de kasteelbewoners liever kaart. Op een dag kwam op het kasteel een vreemde heer die wilde meedoen met het kaartspel. Toen één van de mannen zich bukte om een gevallen kaart op te rapen, zag hij dat de vreemde heer bokkenpoten had. Even later was de heer plots verdwenen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (borgloon)
535
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Opheers   
