Hoofdtekst
Dat woren ollemale boerewerkmans. Dat wos gemakkelijk voor an Bakelandt ol die posten kenbaar te maken. Ze woren met eenentwintig man ingericht in de bende van Bakelandt. Z’an zieder dor e soorte van e brakke ston in de middel van die busschage. En ’t wunde dor e wuvige in, een van ulder soorte. Ze zorgde zij voor ulder. ’t Woren er dor dikkens die gepakt woren en dat ze dorin staken. In Rozebeke één z’er nog gepakt en met zijn kop nerewaarts hangen in ’t vier.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
De bende van Bakelandt bestond uit éénentwintig rovers. In het midden van het bos hadden ze een barak waarin een vrouw verbleef, die voor hen kookte. Gijzelaars werden ook in die barak gevangen gehouden. Tijdens een inbraak in Rozebeke hebben de rovers een man met zijn hoofd naar beneden in het vuur gehangen.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
196A
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Hooglede   
