Hoofdtekst
De Bokkerijers, die hadden ene zwatte bok. As doa ene wilde metdoen, dan moester noa de kerek gaan, en doa dan tot 's-Heer gaan (= communiceren) en dan moester ene maalplag (= zakdoek) met hebben, en dan doa terug in spuwen, en het zo metnemen noa de bok, en dan waster (= was hij) eers(t) aangenomen.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
bokkenrijders hadden allemaal een zwarte bok. Wie lid wilde worden van de bokkenrijders, moest eerst in de kerk te communie gaan en daarna de hostie in een zakdoek uitspuwen. Pas wanneer men de hostie naar de zwarte bok had gebracht, was men lid van de roversbende.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
limburgs (tongeren en omstreken)
1096
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Millen   
