Hoofdtekst
Beschrijving
Een vrouw zag in Stroppen een wit paard dat de hele tijd vóór haar voeten liep. De vrouw moest de hele nacht achter het traag stappende paard lopen. Toen de vrouw 's ochtends haar huis had bereikt, ging het paard met zijn voorpoten tegen de deur staan, zodat de vrouw de sleutel niet in het slot kon steken. Nadat de vrouw had gezegd: "Och God", was het paard plots verdwenen.
Bron
M.-J. Deraemaeker, Leuven, 1977
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
brabants (zuid-west)
193C
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Halle   
Plaats van Handelen
Stroppen   

