Hoofdtekst
Wij hadden thuis ne groten hond, ne zwarte en 't was 'n kwaai beest. 't Was nen hele gevaarlijke en voor niemand of niks bang. En op ne zekeren dag, 't zal zo wat acht uren geweest zijn, 't begos al donker te worden, ging ich met de kroewagen (kruiwagen) naar de schans en gelijk altijd, den hond liep mee. Maar toen wij aan de schans kwamen, toen stond daar in de poort ne grote fijne kerel, in 't zwart gekleed en e schoon wit hemd aan en zo. Ja, den hond begint te bassen natuurlijk en wilt aan hem gaan. Maar ineens draait hij zich om en met de staart tussen de benen de pist in. Hij heeft twee dagen in zijn hok gezeten en hij was er met geen middel uit te krijgen. Ich kom alle dagen hier op e schans maar ich heb die vent nie teruggezien. Voor mij part is 't den duvel zelf geweest. Normaal was 't nie want dan had den hond zo nie gereageerd hé.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Een man ging omstreeks acht uur 's avonds samen met zijn zwarte hond naar de schans. Bij de poort stond een heer die piekfijn was uitgedost in zwarte kleren. De hond begon hevig te blaffen en wilde naar de man toe gaan. Plots draaide het dier zich echter om en liep met de staart tussen de poten weg. Na die avond heeft de hond twee dagen in zijn hok gezeten. Die heer was wellicht de duivel.
Bron
I. Kenens, Leuven, 1957
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (noord-west)
308
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Eksel   
