Hoofdtekst
Bij Helm J. was de vrouw gestorven en Helm zou toch zo graag weten waar ze eigenlijk was. De pastoor had al eens gezegd dat ie daaraan niet moest denken want dat zijn vrouw altijd een goed mens was geweest en dat ie zich daarom geen zorgen moest maken. Op een avond zat Helm zo weer te piekeren toen er opeens geklopt werd. Helm deed open en er stond een knappe heer voor zijn deur. 'Ik kom zeggen dat uw vrouw niet bij mij is, nondedju.' En toen was ie weg. Helm heeft tegen iedereen verteld dat dat zeker de duivel moet geweest zijn.
Onderwerp
SINSAG 0945 - Andere Begegnungen mit dem Teufel.   
Beschrijving
Helm J. vroeg zich de hele tijd af waar zijn overleden echtgenote zou zijn. De pastoor had al meermaals geprobeerd de man gerust te stellen door te zeggen dat zijn vrouw altijd een goed mens was geweest. Op een avond stond bij Helm een knappe heer voor de deur, die zei: "Ik kom zeggen dat je vrouw niet bij mij is, verdomme!" Die heer moet de duivel zijn geweest.
Bron
T. Daniëls, Leuven, 1965
Commentaar
3.1 Duivels
limburgs (weert en omstreken)
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Helm J.   
Naam Locatie in Tekst
Budel   
