Hoofdtekst
Ik hee dat nog gehoord van mijn voader. Je was 83 j. oud ot ne dood gienk in 1928. ’t Is over ’t verzonken kasteel van beveren. ’t Weunden doar twee kasteelheren, Dierik en Wouter, en dat woaren tyrans.Dat kasteel woar dat ze weunden is verzonken ip de platse tussen "’t Speelgoed" en "’t Lindeke" twee café’s.En loater liepen die kasteelheren rond lik twee grote zworte honden en ze woaren an mekoar geketend. En o ze minsen zoagen gingen dee ketens open en ze mochten passeren. Maar ze deden niemand kwoad. En dat verzonken kasteel zeggen ze, is nu ne meers. En ’s nachts o die kasteelheren deur het bus kwamen, en ’t wos schoon were en moanekloar, wos ’t er doar olmetnekeer nen groten dunderslag en een van die oude sterke eeken wos ommegebliksemd.
Onderwerp
SINSAG 0362 - Toter kehrt als Tier wieder. Erklärung der Erscheinung des Spuktieres.
  
Beschrijving
In het kasteel van Beveren woonden twee heren die zich als tirannen gedroegen. Het kasteel is verzonken tussen twee cafés. Na hun dood liepen de kasteelheren rond in de gedaante van twee zwarte honden die aan elkaar waren geketend. Als er een voorbijganger kwam, gingen de kettingen open, zodat die persoon voort kon. De honden deden niemand kwaad. Op de plaats waar het kasteel is verzonken, is nu een moeras. Toen die kasteelheren op een nacht bij maneschijn uit het bos kwamen, weerklonk er plots een luide donderslag. Eén van de oude sterke eiken werd getroffen door de bliksem.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (groot-roeselare)
297 (1)
Vóór 1928
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Dierik
Wouter
Wouter
Lindeke ('t) (café in Beveren)   
Beveren (kasteel van)   
kasteel van Beveren   
Speelgoed ('t) (café in Beveren)   
Naam Locatie in Tekst
Beveren   
Plaats van Handelen
Beveren   
