Hoofdtekst
Beschrijving
In Boechout was een kind van vier of vijf jaar ziek. Twee kwakzalvers kwamen met hun hond naar het huis van de zieke en gaven wat raad. In dat huis kwam ook altijd een oud vrouwtje om koffiedik bedelen. Hoewel de jongen nog niet de klok kon lezen, was hij altijd om vier uur thuis en kroop dan in zijn bed. De mensen gingen naar een priester, die hen de raadgaven om de kwakzalvers weg te sturen. De mensen deden dat. Tegelijkertijd kwam ook het vrouwtje voor het koffiedik niet meer. Het kind genas.
Bron
P. Smets, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
antwerps (tussen agglomeratie en rupelstreek)
280
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Boechout   
Plaats van Handelen
Boechout   
