Hoofdtekst
Ik heb nog horen vertellen dat de boeren vroeger beroep deden op de geesten om hun werk te doen. “Ik de mijnen en elk de zijnen” zei ne kabouter en hij wierp nen hoop mest open, en mee den anderen lagen alle hopen open.
Beschrijving
Vroeger deden de boeren een beroep op geesten om hun werk klaar te krijgen. Een kabouter zei: “Ik de mijne en ieder de zijne”. Het volgende ogenblik hadden alle kabouters het veld aan het bemesten.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
1.2 Aardgeesten
oost-vlaams (denderstreek)
3
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ophasselt   
