Hoofdtekst
Ik werkte ok een joar of twintig wos bij nen bakker in Ardooie. ’s Nachts moste kik hout goan hoalen buten. En olmetnekeer stoend er doa een groot zwort peerd voor mij. Ik sproenk binnen en gienk het goan zeggen tegen den boas. Me giengen seffens buten en der wos nie meer te ziene. ’t Is kwoad da ’s nachts roendwareert (ronddwaalt).
Beschrijving
Een jongeman die bij een bakker werkte, zag een groot zwart paard staan toen hij 's nachts buiten hout ging halen. De man liep naar binnen om aan zijn baas te vertellen wat hij had gezien. Even later was de verschijning verdwenen. 's Nachts kon men veel kwaad tegenkomen.
Bron
H. Van Wassenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (groot-roeselare)
95
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Kachtem   
