Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CDEWI1077_1077_32488

Een sage (mondeling), dinsdag 19 januari 1999

Hoofdtekst

48 V -Ik heb enkel gehoord in de tijd van de weerwolven en van ja, mijn grootmoeder, maar ik zeg het, ‘t mens is zo lang, zoveel jaren dood die zo vantijd toch wel kon zeggen van bijvoorbeeld een hond, dat ze daar ook, allez hoe zou ik het nu moeten expliqueren? Dat ze in die tijd, dat was een hond, maar dat was geen hond.I -En wat was dat thuns (dan)?48 -Wel ja, dat deed misschien ook iets eigenzinnig of iets raar of iets ik weet niet.48 -Wel ja ik zeg het, dat hoorde ik wel.I -En dat was geen hond?48 -Wel dat was een hond, maar dat was gelijk dat zij expliqueerden, ôt (had) dat gelijk mensenstreken en dat zou u gebeten hebben en dat zou op afstand zitten op u kijken hebben ik weet niet hoelang, dat heb ik mijn grootmoeder dikwijls horen vertellen, maar als kind zeiden ze u dat allemaal niet.46 -Ge mocht dat niet horen hé.48 -Ge mocht dat niet horen, want als wij dan een keer vroegen: “Meetje, wat was dat?” “Ahbbbbbbp” (informante imiteert het ongearticuleerd afratelen van iets met de duidelijke bedoeling dat niemand er iets van begrijpt.) dat was was zo, verstaat ge het, ge wierd afgescheept gelijk als ge vroeger iemand die zwanger was, maar potverdorielingen, het kind was al gekocht en ge wist het nog niet hé, ge mocht het nog niet weten. Ze waren d’er al mee thuis dan ze wisten dat ze een kindje gekocht ôn (hadden) terwijl dat dat nu toch ‘t schoonste is dat er op de wereld bestaat.46 -Ze ôn een been gebroken en ôn ze daar een kindje gegeven, dat hebben ze tegen ons nog gezegd. (lacht) 48 -Ja, ik herinner mij nog van vroeger, ik zou dat toch nooit of nooit of nooit, het enige wat ge aan een kindje zegt, een moeder die zwanger is, is toch: “Allez, voel een keer aan moeder haar buik, er zit een kindje in”, dat is toch het natuurlijkste dat er is.II -Aan mijn broer zeiden ze: “Ja, ze komen uit de kolen(, ze waren er precies beschaamd over.”48 -Of Sint-Niklaas ging het brengen of ...

Beschrijving

Een weerwolf was een soort hond die menselijke trekken had.

Bron

C. De Winne, Leuven, 1999

Commentaar

1.6 Weerwolven
oost-vlaams (groot-zottegem)
48V
Grootmoeder van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Zottegem    Zottegem