Hoofdtekst
X: Maar dat was daar lijk nog een rare hoek hé, schijnt ‘t, gauw als ik dat hoor. De Keiberg en de Spilstraat.A: Wel ja, bah, ja, lijk nog een rare hoek, en ja.X: Waar dat ze veel vertelden alzo.A: Ah wê ja. Dat was lijk waar dat ze lijk nog, en ja, en overtijd, bestond er meer eigenlijk of nu. ‘k Heb altemets nog gehoord dat ze zeggen sichten (sedert) dat ze ’t Jans-evangelie lezen achter de mis dat er geen zulke dingen meer bestaan. En toen vele, zeggen ze, die boeken hadden, die hun boeken afgehaald waren.X: Afgehaald van wie?A: Ja, allez, lijk afgehaald né. En dat dat nu alzo niet meer, dat ’t dat is dat dat alzo niet meer bestaat. Dat is achtergebleven met ’t jaar ’14, met de oorlog. Voor de oorlog hoorde je al dikwijls entwaar wat vertellen.
Beschrijving
Vóór de eerste wereldoorlog waren er veel mensen die toverboeken bezaten. De geestelijken zijn die boeken allemaal komen ophalen. Sinds men na afloop van de mis het Sint-Jansevangelie leest, bestaat er geen toverij meer.
Bron
F. Ramon, Leuven, 1975
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (ieper)
5
Vóór WOI
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Beselare   
