Hoofdtekst
Op ’t kasteel van Kwaremont weunde der vroeger ‘nen here die niet meegaande was veur de mensen en hij was alzo in ’t heel niet geerne gezien en dat was toen ‘nen armen tijd veur die mensen - ja, ’t is tenminste honderd jaar gelêen - en hij was te gierig om de mensen ‘nen bundel hout te geven en hij zag ze liever kapot gaan. Hij was hij de zeune van ’t kasteel en ze waren met ’n stuk of drie-vier kinders en ze hadden elk ’n kant van ’t bos en al die ’t zijne was van die gierigaar stond op ‘nen nuchtend rotdorre dat er geen énen boom meer leefde, genen boom of genen tronk leefde nog en de kabouters hadden dat gedaan, zeien de mensen, veur zijn straffe.
Beschrijving
Op het kasteel van Kwaremont woonde vroeger een heer die niet graag gezien was omdat hij de mensen slecht behandelde. De zonen van de kasteelheer bezaten elk een gedeelte van het bos. Eén van die zonen liet de mensen nog liever sterven dan hen een bussel hout te geven. Op een ochtend stelde die zoon vast dat zijn deel van het bos helemaal verdord was. Niets groeide er nog. De kabouters hadden daarvoor gezorgd.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
10
Zeker honderd jaar geleden, aldus de informant
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kwaremont (kasteel van)   
kasteel van Kwaremont   
Naam Locatie in Tekst
Kaster   
