Hoofdtekst
En ’t mannetje uit de mane dat was ook alverre lijk van den eeuwige jager. Dat was een die de zondag wilde hout gaan rapen. Hij mochte ook niet, maar hij deed ’t toch. Alzo is hij verwenst geworden van voor eeuwig dat busseltje hout te dragen. Ge kunt dat schone zien. Mijn moeder heeft ons dat nog getoond.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een man die op een zondag hout wilde gaan rapen, werd verwenst, waardoor hij voor eeuwig zijn busseltje hout moest dragen. Dat was het mannetje in de maan.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (houtland)
110
fabulaat
Naam Overig in Tekst
mannetje in de maan   
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
