Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

TBERG0035_0335_21861

Een sage (mondeling), woensdag 25 september 2002

Hoofdtekst

11A’ Maar die hierneven (hiernaast), ik zou niet graag hebben dat je dat verder zegt, want die familie leeft nog, die zonen en zo.x Ja maar, ik ga het zeker niet rondstrooien.11 A’ Om maar te zeggen: nu hoor je dat zo niet meer, van: dat is een heks. Of dat heeft een andere betekenis. Maar in de tijd. Ik heb dat ondervonden, omdat de mensen ja, die beschuldigden daarvan en zo. En ja, ik heb dat mens daar nooit voor aanzien, ik behandelde die zoals ik alle geburen (buren) zou behandeld hebben. Maar mijn vrouw, die zou precies lichtjes gaan overhellen hebben. Ik heb die dat dikwijls moeten zeggen, dat dat niet waar was. En dan mijn schoonmoeder. Er waren nog mensen die zeiden: "Dat is een heks." Maar die vrouw, die was zoveel heks als dat bureau. Maar in die tijd als ze een ongeluk hadden, de mensen hadden een ongeluk en dat werd op iemand gestoken. Want die had iets gezegd, en die was daar dichtbij geweest. Een kind dat een ziekte kreeg, en die vrouw had dan zogezegd eens over die kop gewreven. En dat was, dat was de schuldige.x En woonde die dan alleen of zo, die vrouw?11A’ Nee, die woonde met haar man. Wie is er nu eerst gestorven. Ik geloof dat de vrouw eerst gestorven is. Maar dat was dus als haar man nog leefde. En die man dat was een hele brave, die deed niks kwaad, integendeel. Die vrouw die was heel gedienstig. Maar ja, de mensen. Er waren er nog die ons zegden met dat kind: "Dat was een heks." Nu is dat zo niet meer, maar in de tijd als er iemand aan een kind iets gedaan had, en dat kind kreeg iets of dat verongelukte…

Beschrijving

Als de mensen vroeger ongeluk hadden, geloofden ze vaak dat een heks hen dat had aangedaan.

Bron

T. Bergen, Leuven, 2003

Commentaar

2.1 Heksen
vlaams-brabants (groot-aarschot)
11A'
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Aarschot    Aarschot