Hoofdtekst
Beschrijving
Een man sprak tot zijn zesjarig dochtertje: "Haal dat mandje dat buiten staat eens binnen". Het meisje deed wat haar werd gevraagd, maar op de grond vond ze ook een haak die ze mee naar binnen bracht. Toen de moeder van het kind dat zag, zei ze: "Gooi die haak eens in de kachel". De man deed het, hoewel hij meende dat een haak niet kon opbranden. Even later was de haak tot grote verbazing van de man verdwenen. Hij moest door de schoorsteen zijn gevlogen.
Kort daarop werd het meisje ziek. Na vier weken ging men met het kind naar Affligem. De gezondheidstoestand van het kind verslechterde alsmaar. Na negen maanden ging men met het kind naar de paters van Sint-Job in Aalst. Die geestelijken gaven de vader twee medailles en een litanie mee om bij het hoofd en de voetjes van het kind te leggen.
Iedere ochtend hoorden de ouders een geklop op de deur. Wanneer ze gingen kijken, was er niets te zien. Op een dag hield de man buiten de wacht. Plots zag hij een vreemde persoon aankomen, die zo groot was als een boom en die klompen droeg. De vader was ervan overtuigd dat die man zijn kind had betoverd. Hij liep naar de man toe, maar even later was die verdwenen. De pater had voorspeld dat het kind om één uur 's nachts gered zou zijn. . Die nacht stierf het kind echter om klokslag één uur. De pater had het kind doen sterven.
Omdat de man daarna zelf het slachtoffer werd van het kwaad, liet hij zich door de onderpastoor overlezen. De geestelijke zweette daarbij verschrikkelijk. Hij moest namelijk veel moeite doen om het kwaad te verjagen.
Kort daarop werd het meisje ziek. Na vier weken ging men met het kind naar Affligem. De gezondheidstoestand van het kind verslechterde alsmaar. Na negen maanden ging men met het kind naar de paters van Sint-Job in Aalst. Die geestelijken gaven de vader twee medailles en een litanie mee om bij het hoofd en de voetjes van het kind te leggen.
Iedere ochtend hoorden de ouders een geklop op de deur. Wanneer ze gingen kijken, was er niets te zien. Op een dag hield de man buiten de wacht. Plots zag hij een vreemde persoon aankomen, die zo groot was als een boom en die klompen droeg. De vader was ervan overtuigd dat die man zijn kind had betoverd. Hij liep naar de man toe, maar even later was die verdwenen. De pater had voorspeld dat het kind om één uur 's nachts gered zou zijn. . Die nacht stierf het kind echter om klokslag één uur. De pater had het kind doen sterven.
Omdat de man daarna zelf het slachtoffer werd van het kwaad, liet hij zich door de onderpastoor overlezen. De geestelijke zweette daarbij verschrikkelijk. Hij moest namelijk veel moeite doen om het kwaad te verjagen.
Bron
M. De Groot, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
brabants (grens met oost-vlaanderen)
614
memoraat
Naam Overig in Tekst
Heilige Job
Job (Heilige)
Job (Heilige)
paters van Affligem   
paters van Sint-Job (Aalst)   
Affligem (paters van)   
Sint-Job (paters van) (Aalst)   
Naam Locatie in Tekst
Borcht-Lombeek   
Plaats van Handelen
Aalst   
Affligem   
