Hoofdtekst
De moeder van mijne man zei dat de mare eigenlijk ’n wit peerd was. En ’s nachts kwam dat op ’t bedde gekropen en ’t drukte op uw herte. En ge moeste ’n broodmes pakken en op uw herte leggen "om ’t kwaad af te snijden" zei ze.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw beweerde dat de maar een wit paard was dat 's nachts op het hart van zijn slachtoffer drukte. Wie zichzelf tegen de maar wilde beschermen, moest een broodmes mee naar bed nemen en dat op zijn hart leggen 'om het kwaad af te snijden'.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
116
Schoonmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Waarmaarde   
